Loading...
 

Romeinen 2, 1-11

Romeinen 2, 1-11: Loon naar werken

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1779)

Misschien zegt iemand: ‘Al die dingen gaan niet over mij.’ Maar dan zeg ik tegen hem: Luister, jij oordeelt over andere mensen en je hebt kritiek op hun gedrag. Maar de dingen waar jij kritiek op hebt, die doe je zelf ook. Zo laat je zelf zien dat je straf verdient.
Mensen die al die verkeerde dingen doen, krijgen van God de straf die ze verdienen. Dat weten we allemaal. Denk jij dan dat je kunt ontsnappen aan Gods straf? Jij hebt wel steeds kritiek op andere mensen, maar je doet zelf ook verkeerde dingen!
God is goed en geduldig, hij wacht lang met straffen. Jij denkt: Zo’n God hoef ik niet serieus te nemen! Maar dan begrijp je het niet. God is juist goed voor je: hij geeft je de kans om een nieuw leven te beginnen.
Maar jij bent ongehoorzaam. Je wilt je leven niet veranderen. Zo maak je jezelf nog schuldiger. Op de dag dat God zal rechtspreken over de wereld, zal hij ook jou straffen.

God zal alle mensen geven wat ze verdienen. De mensen die het volhouden om te doen wat God wil, krijgen het eeuwige leven. Want zij hebben alles over voor het volmaakte leven bij God. Maar God straft de mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. De waarheid is voor hen niet belangrijk. Voor hen telt alleen oneerlijk gedrag.
Ieder mens die slechte dingen doet, zal door God gestraft worden met pijn en ellende. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. Maar ieder mens die het goede doet, zal eer krijgen van God, en in vrede bij hem leven. Dat geldt in de eerste plaats voor de Joden, maar ook voor alle niet-Joden. Want God beoordeelt ieder mens op dezelfde manier.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Mens jij die oordeelt, wie je ook mag zijn,
je bent niet te verontschuldigen.
Want met je oordeel over anderen veroordeel je jezelf.
Jij die je tot rechter opwerpt, doet immers net hetzelfde.

We zijn het erover eens dat het juist is
dat God mensen veroordeelt die verkeerde dingen doen.
Maar jij die een oordeel velt over hen die verkeerd doen
en die zelf ook verkeerd handelt,
reken je erop dat je aan het oordeel van God kunt ontsnappen?

Of onderschat je zijn rijkdom aan goedheid en geduld,
en besef je niet dat zijn goedheid je tot inkeer wil brengen?
Met je hardleerse gezindheid die niet tot inkeer wil komen,
stapel je voor jezelf een kapitaal van woede op tegen de dag van toorn,
de dag waarop het rechtvaardig oordeel van God openbaar wordt.

Dan geeft Hij aan iedereen loon naar werken:
eeuwig leven aan hen die door vol te houden in het goede te doen
streven naar onsterfelijke heerlijkheid en eer,
straf en toorn aan hen die weerspannig de waarheid verwerpen
en de ongerechtigheid omhelzen.

Ieder mens die het kwade doet, wacht leed en ellende
Joden in de eerste plaats, maar ook mensen die geen Jood zijn.
Ieder die het goede doet, wacht heerlijkheid, eer en vrede
Joden in de eerste plaats, maar ook mensen die geen Jood zijn.
God is onpartijdig.



Stilstaan bij …

De dag waarop het rechtvaardig oordeel van God openbaar wordt
Paulus ging ervanuit dat die dag er ieder moment kon komen.
Op die dag zal God over iedereen gelijk oordelen, op basis van wat iedereen gedaan heeft.